top of page
18130612522261962.jpg

Spelletjes met GunderMaterialen

IMG_3391.jpg

10 spelletjes na school

Deze spelletjes zijn geen testen en geen gesprekken die “moeten lukken”.
Zie ze als korte momenten van samen zijn, zonder iets te moeten oplossen.

1. De keuzevraag 

Wat doe je?  Wanneer je kind thuiskomt, stel je één eenvoudige vraag:

“Wil je nu even praten of eerst wat rust?”

Wat is belangrijk?

  • Beide antwoorden zijn goed.

  • Respecteer de keuze die je kind maakt.

  • Kom er later eventueel nog eens op terug.

Waarom dit helpt
Je kind voelt dat het mag meebeslissen.

Dat geeft rust en vertrouwen, nog vóór er woorden nodig zijn.

2. De ontlaadbeweging

Wat doe je?  Stel voor om iets met het lichaam te doen:

  • even springen

  • samen wandelen

  • wat stretchen

  • schouders los schudden

Je kan zeggen:  Zullen we eerst even bewegen voor we iets vertellen?

Wat is belangrijk?

  • Doe mee als ouder.

  • Het hoeft maar 2 minuten te duren.

Waarom dit helpt
Na school zit er vaak nog spanning in het lichaam.

Bewegen helpt om die spanning te laten zakken, zonder praten.​​​​

3. De stille vijf minuten

Wat doe je?  Kies samen een rustige activiteit zonder praten:

  • tekenen

  • Lego bouwen

  • iets drinken maken

  • puzzelen

Wat is belangrijk?

  • Geen vragen stellen.

  • Gewoon samen zijn.

Waarom dit helpt
Sommige kinderen hebben eerst stilte nodig om te landen. In die stilte ontstaat vaak vanzelf ruimte om later iets te delen.

4. Het rugzakmoment (licht en zwaar)

Wat doe je?  Je kan het zo zeggen:

“Iedereen draagt vandaag een onzichtbare rugzak.
Wat voelde vandaag wat zwaar in jouw rugzak?”

“En was er ook iets dat licht voelde?”

Wat is belangrijk?

  • Gebruik geen moeilijke woorden.

  • “Zwaar” en “licht” mogen heel klein zijn.

  • Bedank je kind voor wat het deelt.

Waarom dit helpt
Je kind leert dat moeilijke én fijne dingen naast elkaar bestaan. Er hoeft niets opgelost te worden.

IMG_0636_edited.jpg

5. Wat hielp jou vandaag?

Wat doe je?
Stel deze vraag, ook als de dag moeilijk was:

Wat hielp jou vandaag om door te gaan?”

Je kan helpen door opties te geven:

  • iemand die hielp

  • iets wat je kon doen

  • even pauze

  • iets dat je blij maakte

Wat is belangrijk?

  • Het hoeft niets groots te zijn.

  • Ook “ik weet het niet” is oké.

Waarom dit helpt
De aandacht gaat naar wat steun gaf, niet alleen naar wat lastig was.

6. Van hoofd naar lijf

Wat doe je?
Vraag rustig: “Voel je school nog ergens in je lijf?”
Is dat eerder hoog of laag?”  “Strak of zacht?”

Wat is belangrijk?

  • Laat je kind aanwijzen of tonen.

  • Geen uitleg geven, geen correcties.

Waarom dit helpt
Je kind leert voelen zonder te moeten praten. Dat vergroot lichaamsbewustzijn en rust.

IMG_1677_edited.jpg
IMG_3579_edited.jpg

7. Kies je EigenHeidje van vandaag

Wat doe je?
Vraag:  “Welk talent of vaardigheid had jij vandaag nodig?”

Voor jongere kinderen kan je helpen door voorbeelden te geven: "Had je vandaag moed nodig? Wanneer?"

* doorzetten, vriendelijkheid, geduld, wachten, lief ...

Daarna benoem je ook iets van jezelf:

Ik had vandaag geduld nodig toen ... .”

Wat is belangrijk?

  • Het gaat niet om goed of fout.

  • Ook een “klein” talent telt.

Waarom dit helpt
Je kind leert zichzelf zien vanuit kracht, niet alleen vanuit gedrag of resultaat.

8. Talent terugspoelen

Wat doe je?
Zeg als ouder één concrete zin, bijvoorbeeld:

Ik zag jou vandaag als een doorzetter toen je die oefening bleef proberen.”
Ik zag hoe zorgzaam je was.”

Wat is belangrijk?

  • Benoem wat je zag, niet wat je ervan vindt.

  • Eén zin is genoeg.

Waarom dit helpt
Je kind voelt zich gezien om wie het is, niet om wat het presteert.

9. De ‘dat mag’-zin

Wat doe je?  Wanneer je kind iets deelt dat lastig was, zeg je:

Het is oké dat je je zo voelt.”

Daarna stop je.  Geen uitleg. Geen oplossing.

Wat is belangrijk?

  • Weersta de neiging om te sussen of te relativeren.

  • Stilte mag volgen.

Waarom dit helpt
Gevoelens mogen er zijn zonder dat ze weg moeten.

Dat geeft veiligheid en ontspanning.

10. Afsluiten met iets dat goed ging

Wat doe je?  Sluit het moment af met een lichte vraag:

Was er vandaag iets dat wel lukte?”  of  “Wat wil je onthouden van vandaag?” of "Is er iets dat je zeker wil vergeten van vandaag?"

Wat is belangrijk?

  • Het mag iets kleins zijn.

  • Ook jij mag iets delen.

Waarom dit helpt
De dag krijgt een zachte afronding, zonder dat het perfecte dag moest zijn.

IMG_1677_edited.jpg

10 spelletjes tijdens het eten

Deze spelletjes hoeven niet elke dag.
Kies er af en toe één.  Eén vraag is genoeg.

De ene vraag

Wat doe je?
Spreek af dat iedereen aan tafel één vraag mag beantwoorden. Bijvoorbeeld: “Wat was vandaag een klein moment?

Dat kan iets fijns zijn, iets grappigs of iets rustigs.

Wat is belangrijk?

  • Niemand moet uitgebreid vertellen.

  • Een paar woorden volstaan.

Waarom dit helpt
De druk om veel te vertellen verdwijnt, maar iedereen wordt wel gehoord.

Vandaag had ik nodig…

Wat doe je?
Iedereen maakt deze zin af: “Vandaag had ik … nodig.”

Dat kan zijn:  rust, hulp, moed, geduld, tijd ...

Wat is belangrijk?

  • Ouders doen mee.

  • Er is geen goed of fout antwoord.

Waarom dit helpt
Kinderen leren dat iedereen behoeften heeft, ook volwassenen.

Gevoel op je bord

Wat doe je?
Vraag speels: “Als je gevoel vandaag eten was, wat lag er dan op je bord?”

Bijvoorbeeld: iets warms, iets dat te pittig was, iets zoets, iets dat nog moest wennen, ... (of natuurlijk 'echt' eten ... als spruitjes, witloof ...)

Wat is belangrijk?

  • Het mag fantasievol zijn.

  • Je hoeft niets te verklaren.

Waarom dit helpt
Gevoelens worden bespreekbaar zonder zware woorden.

De ‘ik ook’-ronde

Wat doe je?
Iemand deelt iets van de dag. Daarna mogen anderen zeggen:

Dat herken ik.” of “Dat had ik ook.”

Wat is belangrijk?

  • Geen verhalen over wie het erger had.

  • Alleen herkenning.

Waarom dit helpt
Je kind merkt dat het niet alleen is in wat het ervaart.

bottom of page