Waarom val ik moeilijk in slaap?
- 4 aug
- 4 minuten om te lezen
Je doet het licht uit, kruipt lekker onder je dekbed en bent helemaal klaar om in slaap te vallen na een dag vol ditjes en datjes.
Eindelijk rust. Tenminste... dat had je gedacht.
Net op dat moment besluit je hoofd dat het nog een hele reeks gedachten met je wil delen. Je denkt aan dat gesprek van vanmiddag met je dochter, aan die ene mail waarop je nog moet antwoorden, aan wat je morgen zeker niet mag vergeten of aan iets wat je jaren geleden zei en waar je plots weer aan moet denken.
Voor je het weet ben je een half uur verder en in plaats van heerlijk te slapen, lig je te piekeren alsof je leven ervan afhangt.
Herkenbaar?
Dan ben je zeker niet de enige. Heel wat mensen denken dat ze gewoon niet goed zijn in ontspannen of dat er iets mis is met hen omdat ze de slaap niet kunnen vatten.
Maar meestal ligt het probleem niet bij het slapen zelf.
Het begint vaak al veel eerder.
Slapen begint niet in bed
We behandelen slapen vaak alsof het een schakelaar is.
Overdag vliegen we van afspraak naar afspraak, beantwoorden we nog snel een paar berichten, ruimen we de keuken op, kijken we tegelijkertijd ook nog even televisie en verwachten we vervolgens dat ons brein zich binnen de vijf minuten volledig uitschakelt.
Als je het zo bekijkt, is dat eigenlijk een vreemde verwachting.
Na een dag waarin je voortdurend hebt moeten reageren, beslissen, onthouden en zorgen, heeft je hoofd tijd nodig om af te bouwen.
Je zenuwstelsel schakelt niet zomaar over van honderd kilometer per uur naar volledige rust. Slapen is geen knop die je indrukt. (helaas)
Slapen heeft een overgang nodig.
Je lichaam moet eerst landen
Stel je een vliegtuig voor dat na een lange vlucht op de luchthaven aankomt.
Dat vliegtuig valt niet zomaar uit de lucht om stil op de grond te staan. Eerst daalt het langzaam, daarna raakt het de landingsbaan, vervolgens rolt het nog een hele tijd uit voordat de motoren stilvallen.
Ons lichaam doet eigenlijk precies hetzelfde.
Na een drukke dag heeft ook jouw zenuwstelsel tijd nodig om te landen.
Niet alleen je gedachten moeten vertragen. Ook je ademhaling, je spieren, je aandacht en zelfs je gevoelens hebben tijd nodig om de dag los te laten.
Wanneer die overgang te bruusk verloopt, gebeurt vaak het tegenovergestelde van wat je hoopt. Je lichaam ligt stil maar je hoofd is er nog niet klaar voor.
Moe zijn is iets anders dan klaar zijn om te slapen
Dit is misschien wel één van de grootste misverstanden ever:
Je kunt ontzettend moe zijn en toch niet in slaap vallen.
Niet omdat je lichaam niet wil slapen maar omdat het nog niet de kans heeft gekregen om van de dag naar de nacht over te schakelen.
Misschien herken je dat wel. Je ogen vallen bijna dicht op de zetel, maar eenmaal in bed ben je plots klaarwakker. Dat is geen teken dat er iets mis is met jou.
Misschien stellen we onszelf de verkeerde vraag
Veel mensen vragen zich af: "Hoe kan ik sneller in slaap vallen?"
Misschien is een andere vraag interessanter: "Hoe kan ik mijn lichaam helpen om te landen?" Want slapen kun je niet afdwingen. (opnieuw: helaas hé)
Je kunt jezelf niet bevelen om in slaap te vallen.
Wat je wél kunt doen, is je lichaam helpen om stap voor stap afscheid te nemen van de dag. Hoe veiliger je zenuwstelsel zich voelt, hoe gemakkelijker het die overgang naar de nacht kan maken.
De weg naar een betere nachtrust is volgens mij niet harder proberen te slapen maar beter leren landen.
Hoe help je je lichaam om te landen?
Je kunt jezelf niet dwingen om in slaap te vallen.
Je kunt je lichaam wel helpen om stap voor stap afscheid te nemen van de dag.
Dat begint niet met proberen minder te denken. En ook niet met jezelf vertellen dat je nú echt moet slapen. Dat deed je al en je merkte (waarschijnlijk meermaals) dat dat niet de beste strategie is.
Hoe zou het zijn wanneer je begint met een veel eenvoudigere vraag:
"Is mijn dag eigenlijk al afgelopen?"
Voor veel mensen is het antwoord verrassend genoeg: nee.
Hun lichaam ligt wel in bed, maar hun hoofd is nog bezig met vandaag.
Je hoofd probeert problemen op te lossen, gesprekken af te ronden, lijstjes te onthouden of zich voor te bereiden op morgen.
Misschien heeft je hoofd helemaal geen slaapprobleem.
Waarschijnlijk heeft het gewoon nog geen signaal gekregen dat de dag voorbij is.
Sluit niet alleen je laptop af, sluit ook je dag af
We hebben voor bijna alles een overgang:
We trekken onze schoenen uit wanneer we thuiskomen.
We sluiten de deur wanneer we vertrekken.
We nemen afscheid wanneer iemand naar huis gaat.
Maar hoe vaak neem je bewust afscheid van de dag?
Dat wel de ontbrekende schakel! Niet meteen in bed kruipen met de hoop dat de slaap vanzelf komt. Maar je hoofd en je lichaam eerst de kans geven om te beseffen:
"Het is goed geweest voor vandaag."
Een eenvoudige oefening
Neem vanavond, vlak voordat je gaat slapen, twee minuutjes de tijd.
Vraag jezelf af:
Waar ben ik vandaag dankbaar voor?
Welke dingen hoef ik vandaag niet meer op te lossen?
Wat mag wachten tot morgen en wat mag er gewoon weg?
Je hoeft niets op te lossen. Je hoeft niets te veranderen. Je geeft jezelf alleen toestemming om de dag af te ronden.
Je geeft je hoofd alleen toestemming om de dag af te ronden. Je zegt als het ware: "Bedankt om me hieraan te herinneren. Morgen kijk ik hier opnieuw naar. Maar voor vandaag is het genoeg geweest."
Dat kleine moment helpt je brein begrijpen dat de dag voorbij is. En precies daar begint vaak het landen.
Ohja, je brein leren landen is een beetje zoals het opvoeden van een kleuter. Tegen je kleuter moet je ook vaak herhalen dat ze ergens niet mogen aankomen. Stel dat je in bed ligt en je betrapt je hoofd op piekeren, mag je heel lief en vriendelijk 'zeggen' tegen je hoofd: "Dankjewel dat je me hieraan herinnert. Nu is het slaaptijd dus morgen mag je deze gedachte opnieuw laten voorbij komen." (of iets in die aard hé)
Opmerkingen